Geschiedenis - Dorpsinformatie - Vakantie in Inzell, Chiemgau / Beieren

Geschiedenis

Wapen van de gemeente Inzell
Omschrijving van de foto: Wapen van de gemeente Inzell

Het wapen: de vis symboliseert de verbondenheid met het klooster St. Zeno dat de ontwikkeling van het dorp van 1177 tot 1803 bepaalde. De beide gereedschappen, de hamer en de moker, wijzen op de lood- en zinkwinning van de 16e tot de 18e eeuw. Het Graafschap Grabenstätt geeft, zoals beschreven in een oorkonde uit het jaar 959, een bos- en jachtgebied aan de Traun, tussen Teisenberg en Staufen, in bruikleen aan Salzburg. Dit is uitvoering beschreven in "Bis in die Mur an den Mohrenstayn". Hetzelfde gebied geeft Keizer Heinrich III. , volgens oorkonde van 8 april 1048, in bruikleen aan Aartsbisschop Balduin von Salzburg. Na de oprichting van het klooster St. Zeno bij Reichenhaal schenkt Aartsbisschop Conrad van Salzburg op 20 spetember 1177 "dem hl. Zeno und seinen Klosterbrüdern das Gut und den Wald Inzella". De in het Beierse Staatsarchief bewaarde oorkonde hiervan kan als daadwerkelijk stichtingsdocument van Inzell beschouwd worden. Al in 1195, na de bouw van de St. Michaelkerk door Salzburg en de afscheiding van Vachenberg, wordt Inzell zelfstandige kerkgemeente en Gerecht. De eigenlijke stichting van Inzell is terug te voeren op de evangelisatie door St. Rupertus. In het dal van de Rode Traun ontstaan zogenaamde cellen, waaronder interne cellen waar monniken permanent wonen. Zij brengen de geloofsboodschap tot aan Reit im Winkl en Kössen in Tirol.  Tot op de dag van vandaag gaan bewoners van buurgemeenten "in d'Inz'l" of komen "aus der Inz'l".  In de periode tussen 1125 en 1140 wordt onder leiding van Aartsbisschop Conrad, Graaf van Abensberg, het slot Inz´l, gebouwd. Dit slot valt later ten offer aan de ontkerkelijking en wordt in 1811 afgebroken. (Het slot stond op een hoogte bij de kerk in Niederachen).  Het slot was, met alle aangehorigheden en Gerecht, bestemd als permanente woonruimte van de Augustiner Heren. 

Al in vroege tijd voorzien de bewoners van Inzell in hun levensonderhoud met  zout- en houttransporten.  De houtproductie, die ze verkopen aan het keurvorstelijke zoutamt in Reichenhall, is een verdere bron van inkomsten. Aan het begin van de 16e eeuw ontdekken Salzburger mijnwerkers aan de noordzijde van de Staufen zinkertsvoorraden. De grens van Salzburg en Traunstein is nog niet zo vastgelegd dat het de Traunsteiners in 1585 ervan weerhoudt de Salzburger arbeiders met geweld te verjagen. In hetzelfde jaar verleent hertog Wilhelm V. het mijngebied in de Staufen aan Kastner uit Reichenhall en Adam Reuter uit Inzell. De gedenksteen van Adam Reuter, rechter en geachte burger, bevindt zich aan de zuidzijde van de Pfarrkirche in Inzell.  Het winningsrecht voor lood en zink wordt tot het eind van de 16e eeuw aan de Hochstaufen uitgeoefend. Gedurende de 30-jarige oorlog wordt dit  recht overgedragen aan de ´Rauschberg´(Großer Kienberg) met zijn grote ertsvoorraden. In de loop van de Spaanse successieoorlog verwoesten Oostenrijkse soldaten het gehele mijnwerk. De mijnen worden weer opgebouwd en onder keizerlijke leiding gedurende tien jaar volledig uitgeput.  In 1742, tijdens de Oostenrijkse successieoorlog, bezetten Oostenrijkse troepen nog eenmaal de mijn; zij richten echter geen schade aan.

In 1724 wordt de St. Michaelkerk het slachtoffer van een ´onvoorzien ontstane vuurzee´. De kerk wordt opnieuw opgebouwd en krijgt dan zijn mooie, karakteristieke dubbel uivormige toren. 1749 brandt vrijwel het hele dorp Inzell af, zoals nu nog te zien is op een gedenkbord in Maria Kirchenthal (bedevaartplaats bij Lofer).

Volop bedrijvigheid heerst er in het dal aan het begin van de 17e en 19e eeuw. In de periode 1617-1619 bouwt de hertoglijke bouwmeester Simon Reifenstuel een leiding waarmee pekelwater van de zoutmijnen in Reichenhall via Inzell naar Traunstein gepompt wordt. Het kunstwerk, dat ca. 240 hoogtemeters overwint, geldt in die periode als wereldwonder. Nog eenmaal verdient Inzell aan het Reichenhaller zout, als in het begin van de 19e eeuw de ´soleleitung´(zoutwaterleiding) van Berchtesgaden via Inzell naar Rosenheim gebouwd wordt. Aan het eind van de 18e eeuw eindigen de werkzaamheden in de ertsmijnen, omdat de ertsvoorraden uitgeput zijn. Toch weet Inzell zich  te handhaven, ook als er steeds weer moeilijke tijden volgen, met name tijdens en na de beide Wereldoorlogen. Toekomstgerichte inwoners met visie ontdekken de ware toekomst van Inzell: zijn unieke prachtige landschap en de gezonde lucht.  Zij richten in 1912 de ´Verkehrs- und Verschönerungsverein´. Uit de eenvoudige zomerfrisheid groeit vanaf 1957 het erkende luchtkuuroord. Met de herontdekking van de Frillensee in 1959-1960 als schaats- en wedstrijdbaan en de bouw van de ijsstadion in de 1963-1965 ontstaat het wereldberoemde sportieve en toeristische wintersportoord Inzell.

Aktuelle Daten zur Gemeinde Inzell
 


Meer informatie vindt u onder de volgende onderwerpen:

Last minute aanbiedingen

vakantieplanner

Navigatiemenu